woensdag 22 maart 2017

Over het Nedersaksisch in ‘Trouw’ van 29-12-2016 (‘De Verdieping’): wat is onjuist en hoe zit het wél?

'Trouw' citeerde onlangs de scheidend directeur van het Meertens Instituut. De tekst bevat enkele onjuistheden met betrekking tot SONT. Dit is onze reactie:

-          SONT heeft niet voor erkenning in Brussel gestreden

-          'De aanvraag' daartoe werd in 2016 niet afgewezen. Er is in dat jaar ook niet een

         aanvraag ingediend.

-          Een ‘erkenning in Brussel als minderheidstaal’ werd en wordt door SONT niet nagestreefd, ook niet al eerder. Dat is omdat SONT de bestaande status 'Nedersaksisch = regionale taal' correct vindt.

Zo zit het wél:

In 1998 werd het Europees handvest voor regionale talen en talen van minderheden in werking gesteld. Dat gebeurde door de Raad van Europa, gezeteld in Straatsburg. Het Nedersaksisch is één van de erkende regionale talen in het kader van dat handvest, en wel op basis van deel II. De toepassing van deel III van het handvest, dat een reeks minimale verplichtingen beschrijft, bleek ook mogelijk. Dat is aangetoond in onder meer het rapport ‘Nedersaksisch waar het kan’, samengesteld door de juridische en bestuurskundige experts dr. M. Herweijer en prof. dr. J.H. Jans (Rijksuniversiteit Groningen, 2009).

Op basis van dat rapport dienden de regionale overheden, i.c. de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland en de Zuidoost-Friese gemeenten Oost- en West-Stellingwerf, een verzoek in bij de Rijksoverheid om ook deel III van het handvest toe te passen (2010). Dat verzoek werd echter in 2012 afgewezen door minister Liesbeth Spies. Daarna kwam overleg op gang tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de regionale overheden en SONT om als alternatief tot een nationale erkenning van het Nedersaksisch te komen. Deze erkenning zal tot uitdrukking worden gebracht in de vorm van een convenant.