dinsdag 24 oktober 2017

Raad van Europa

Raad van Europa adviseert de Nederlandse regering, in het kader van de 4e periodieke rapportage over het Nedersaksisch (juni 2012):

Nedersaksisch als gewoon vak op school en structureel overleg tussen de rijksoverheid, de regionale overheden en sprekers over het taalbeleid Nedersaksisch

 

Het verslag door de Nederlandse overheid voor de vierde periodieke rapportage werd een jaar te laat opgeleverd, aldus het comité van deskundigen op het terrein van het Europees handvest voor regionale talen en talen van minderheden van de Raad van Europa (RvE). Er bleek bovendien erg weinig in te staan over het Nedersaksisch. Het comité wijst erop dat de Nederlandse overheid hoort aan te geven wat gedaan is met de eerdere aanbevelingen van de Raad van Ministers van de RvE en dat men antwoord hoort te geven op vragen en aanbevelingen van het comité van deskundigen in et vorige evaluatierappot.
Het comité bezocht op 23, 24 en 25 januari 2012 overheden en ngo’s die betrekking hebben op één of meer van de regionale talen of talen van minderheden in Nederland. Terugkijkend constateert men een aantal tekortkomingen bij de rijksoverheid en verder brengt men naar de rijksoverheid toe ook nieuwe kwesties naar voren.

Het comité noemt de volgende belangrijke zaken voor het Nedersaksisch:


1) Het comité adviseert structureel overleg tussen de rijksoverheid, de regio’s en ngo’s. Het is het comité gebleken dat het rijk weliswaar vindt dat de lat voor deel III hoger ligt voor het Nedersaksisch dan tot nu afgedekt is door beleid en regelgeving - dit ondanks de positieve conclusies uit het rapport van de RUG-experts Jans en Herweijer - maar het is het comité ook gebleken dat het rijk niet uitsluit dat deel III t.z.t. wordt toegepast.

2) Bij de vorige evaluatie spoorde de RvE de rijksoverheid aan te komen tot een nationaal taalbeleid voor het Nedersaksisch, in samenwerking met autoriteiten en sprekers. Daarvan is niets gekomen: het rijk herhaalt het oude standpunt dat het een zaak van de regio’s is. Het comité wijst erop dat het rijk niet kan volstaan met een simpele verwijzing naar de regionale overheden en sprekers. Wel heeft het rijk de regio’s geadviseerd te komen tot een voorlopig consultatief orgaan voor het Nedersaksisch, en dat advies hebben de regio’s uitgevoerd.

3) De RvE spoort het rijk aan om het Nedersaksisch voldoende ruimte te geven in de media.

4) Men vraagt alsnog antwoord te geven op eerdere vragen naar de positie van het Nedersaksisch in het juridisch domein, de openbare diensten en het openbaar bestuur. Het is uit overleg met de ngo’s duidelijk geworden dat er op dit terrein niets gebeurt.

5) De eerdere oproep van de RvE om de positie van het Nedersaksisch in de regionale omroepen van de Nedersaksische provincies te versterken, is niet beantwoord. In Friesland besteedt Omrop Fryslân maar heel incidenteel aandacht aan het Stellingwerfs.

6) De vorige rapportage vroeg om actie op het terrein van spreken en schrijven, in het economische en sociale leven. Het rijk reageerde er niet op.

7) De vorige rapportage riep op tot een nationaal taalbeleid met name voor het onderwijs en tot versterking van de inspanningen van de regio-overheden en sprekers op dat terrein. Men heeft geen reactie van het rijk vernomen.

8) De gedifferentieerde onderwijssituaties in aanmerking genomen, waarbij een aantal op zichzelf goede zaken worden genoemd (materiaalontwikkeling, lesaanbod al dan niet op incidentele basis) beveelt de RvE aan dat het Nedersaksisch door de Nederlandse autoriteiten tot een regulier schoolvak wordt gemaakt; het onderwijs in het Nedersaksisch moet geïntensiveerd worden, m.n. in de eerste leerjaren.

9) SONT blijkt niet vertegenwoordigd in het Consultatief Orgaan voor het Nedersaksisch (in oprichting). De RvE raadt aan om wensen en noden van de sprekers van het Nedersaksisch ter zake in overweging te nemen.

10) De RvE adviseert het Rijk om te komen tot structureel overleg met de regionale overheden en vertegenwoordigers van de taalminderheden Nedersaksisch, Fries en Limburgs over de toepassing van het handvest en de controle op die toepassing.