maandag 11 december 2017
Nieuwsarchief

Streektalen versterken (tekst van de toespraak op het symposium van BZK, 7-11-2017 in Deventer, door Hans Gerritsen, vz. SONT)

1 Inleiding
Hoe kunnen regionale talen sterker worden? Hoe kunnen de talen behouden blijven? Hoe kan de taal levend zijn, zodat ze een prominente plaats heeft en verwerft in het maatschappelijke verkeer?

Deze vragen zijn de leidraad voor onze streektaalinstellingen. Dat geldt voor het Nedersaksisch Taalgebied, maar evenzeer ook voor Fryslân en Limburg. Voor het Nedersaksisch taalgebied mag ik als voorzitter van het SONT de overkoepelende belangen behartigen, in het bijzonder de erkenning. Daar kom ik later op terug. Mijn verhaal is breder en is gericht op de door de Raad van Europa erkende regionale talen in Nederland. Uiteraard is het verhaal gebaseerd op de ervaringen van ons in Noordoost Nederland. Ik gebruik bij voorkeur het woord regionale taal of taal. Maar nu en dan zal ik ook het woord streektaal gebruiken omdat dit in het spraakgebruik vaak voorkomt.


Eerst zal ik ingaan op het belang van de regionale talen. Daarna kom ik op de strategie om regionale talen te behouden en verder te ontwikkelen. Dat is geen blauwdruk maar een denklijn. Graag horen wij op dit symposium suggesties en ideeën om effectiever te zijn. Straks komt u zelf aan bod in een aantal workshops bijvoorbeeld over zorg en onderwijs.

Bij de strategie besteed ik aandacht aan de erkenning van regionale talen. Met het ministerie van BZK en de regionale en locale overheden in ons Taalgebied werken wij aan een convenant en meerjarenprogramma. Daarbij staan de domeinen cultuur, onderwijs, media en openbaar bestuur centraal.



2 Waarom regionale talen, het belang daarvan
Wij willen dat regionale talen behouden blijven en aan kracht winnen omdat het de moedertaal is van veel mensen in Nederland. Dat geldt voor 400.000 Friezen (deze spreken het Westerlauwers Fries), voor 2 miljoen mensen die het Limburgs spreken in de provincies Limburg in Nederland en België en ten oosten daarvan in Duitsland en voor ruim 2 miljoen inwoners van Noordoost Nederland die het Nedersaksisch spreken.


Die moedertalen zijn emotie. Gevoelens kan men beter uitdrukken in de streektaal dan in het Nederlands. De streektaal heeft dus in de eerste plaats een emotionele en zeer persoonlijke waarde. De streektaal hoort bij het communicatiearsenaal dat mensen ter beschikking hebben, zeker als het gaat om gevoelens tot uitdrukking te brengen en te begrijpen. Alleen al om deze reden is het behouden van de streektaal van belang. Het gaat om het welzijn van mensen.


De regionale talen zijn ook een culturele schat, met unieke woorden, zegswijzen en een eigen grammatica. Dat is de terechte boodschap van de Raad van Europa. Het is unieke cultuur, die gekoesterd moet worden, omdat cultuur en cultureel erfgoed een waarde in zich hebben. Het is door mensen gemaakt om duiding te geven aan hun wereld. De streektaal is een ontdekkingsreis naar taalkundige schoonheid en vindingrijkheid. Een land dat cultuur hoog heeft, bekommert zich om de streektaal.


Vervolgens, de taal hoort bij de mensen in de streek, het geeft hun eigenheid en het hoort bij de identiteit. De taal is levend erfgoed. Taal helpt ons in een veranderende wereld om onze gevoelens te uiten, met elkaar van gedachten te wisselen en samen te voelen hoe wij in een bepaald gebied met elkaar verbonden zijn. Niet om anderen uit te sluiten maar om sterker te staan in een wereld die snel verandert, globaliseert en verwarrend is. De streektaal hoort bij onze identiteit. Dat geeft houvast.


Samengevat, wij hebben een verantwoordelijkheid om de taal te behouden, voor het persoonlijk welzijn van de mensen, voor de culturele waarde en voor de eigenheid en identiteit.


3 De strategie
Essentieel voor het al dan niet spreken van de taal is de status, het imago, het beeld dat er maatschappelijk is. Wordt er op neer gekeken, ziet men het als een ongewenst en achterhaald dialect en voelt men schaamte. Dat is helaas lange tijd het geval geweest bij het Nedersaksisch doordat het Nederlands vanuit het westen en het Duits vanuit het oosten de taal zijn gaan overvleugelen. Reden zijn het verschuiven van economische en politieke machtscentra. Het Frysk heeft een andere geschiedenis. De voorvechters hebben baanbrekend werk gedaan. De positie van het Frysk was en is maatschappelijk duidelijk sterker dan het Nedersaksisch. De emancipatie van het Frysk is eerder op gang gekomen. Maar ook hier geldt: tegen de aanvankelijke verdrukking in. Het Limburgs is diep geworteld in het gebied. De maatschappelijke positie is net zoals bij het Nedersaksisch minder sterk. Maar ook hier is een positieve ontwikkeling tot stand gekomen, Waarbij de taal als eigen taal waardering heeft gekregen.


Er is een kentering gaande. Deze krijgt de laatste tijd meer elan en momentum. Uit weerzin tegen de globalisering, de informatisering en de opdringende eenheidscultuur is er meer waardering voor geschiedenis, eigenheid, taal en regionale en locale cultuur. Mensen houden van verschillen en variatie en voelen zich daarbij thuis. Dat maakt dat de eigen identiteit een herwaardering krijgt. Het heeft ook te maken met het beeld van Nederland. Is het historisch besef er één van Michiel de Ruyter, de VOC en staat Holland centraal, of is er oog voor de rijkdom van de verscheidenheid. Nederland is een land met veel variatie. Dat is een Nederland waarin ik mij thuis voel.


De regionale talen hebben de wind in de zeilen. Dat is een goede zaak. Maar er is nog veel werk te verzetten, omdat de taal onder druk staat en omdat de taal vaak niet meer overgedragen wordt op jongere generaties.


4 Hoe pakken we dat aan?
Extra stimulans is nodig om het beeld van de streektalen te verbeteren. Reeds geruime tijd geleden is het Frysk erkend als tweede Rijkstaal en is de taal ook erkend onder deel 3 van het Handvest van Regionale talen en minderheidstalen van de Raad van Europa. Het Nedersaksisch en het Limburgs zijn erkend onder deel 2 van datzelfde Handvest.


Het is interessant om nader in te gaan op de erkenning van het Nedersaksisch omdat hier iets bijzonders aan de hand is. Bijzonder omdat een eigen weg ontwikkeld wordt waar juist het stimuleren en versterken van de taal centraal staat. Deze gedachtengang is mogelijk behulpzaam voor het streektaalbeleid in het algemeen.


Voor het Nedersaksisch zet het SONT zich in om een landelijke erkenning tot stand te brengen. Dit is een tijd lang geprobeerd via deel 3 van het Handvest van de Raad van Europa. De ervaringen met het Fries zijn bij de Rijksoverheid echter niet onverdeeld positief. Dat komt omdat het Handvest veel gedetailleerde verplichtingen omvat die tot extra uitgaven en wetgeving leiden. Zelf vind ik dat de bepalingen soms afleiden van de kern van de zaak nl. waardering voor de taal. Ook al voldoet het Nedersaksisch aan 37 bepalingen van het Handvest, discussie over de maatvoering is altijd mogelijk en zal ook komen met de vierjaarlijkse visitaties door een commissie van de Raad van Europa. In dit licht hebben SONT, het Ministerie van BZK en andere overheden dit juridische pad verlaten. Wij hebben gekozen voor een andere, meer positieve benadering. Momenteel zijn wij gevorderd met een convenant dat de landelijke erkenning verwoordt en dat een meerjarenprogramma formuleert. Het beleid is gericht op stimuleren, bevorderen en mogelijk maken en niet op verplichtingen en voorschriften. Wij verwachten van dit convenant en bijbehorende acties dat er een belangrijke positieve impuls komt en het maatschappelijk imago van de taal versterkt wordt. Dit draagt bij aan meer belangstelling en herwaardering van de taal. Wij verwachten dat er daardoor meer ruimte zal komen voor de taal en dat deze zich daardoor beter verder kan ontwikkelen. Dat zijn essentiële voorwaarden voor behoud. Wij richten de steven naar voren, het is geen retro-actie en een poging tot restauratie, het doel is de taal te behouden, als levende taal, die zich dus ontwikkelt en die dus verandert.


5 Wat is de praktische betekenis van een convenant
In het bijbehorende meerjarenprogramma dat nu in ontwikkeling is, wordt een accent gelegd op een viertal maatschappelijke domeinen. Dat is niet voor niets zo. Onderwijs is strategisch van belang om interesse te wekken   voor streektaal en streekcultuur. Dat geldt voor de voorschoolse opvang, het basis en voortgezet onderwijs. Wij denken daar bij aan kennismaken, informatie overdragen en zeker niet aan het afdwingen van ruimte en aandacht in het lespakket. Wij denken dat dat contraproduktief werkt. Als mensen gemotiveerd en enthousiast zijn komt overdracht tot stand. Lesmethoden moeten dus uitnodigend zijn.  


Het domein cultuur is van belang omdat het de taal zichtbaar maakt. Het is ook het domein waar de streektalen traditioneel heel sterk zijn. De kunst is de streektaal te verbinden met moderne vormen van cultuur. In de popmuziek zijn daar veel aansprekende voorbeelden van: denk aan De Kast, Daniel Lohues en Gé Reinders.


Het gebruik van regionale talen in de media komt steeds vaker voor. Media zelf hebben ontdekt dat de streektaal leeft. De taal is prominent aanwezig in Fryslân, maar ook in het Nedersaksisch Taalgebied en Limburg wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de taal bij de regionale omroep en kranten. De media zijn een autonoom domein. De overheid kan en moet niets voorschrijven. Wel kunnen de streektaalinstellingen in overleg gaan om de samenwerking te zoeken.


Het openbaar bestuur is het vierde domein. Als vanuit dit domein wordt uitgestraald dat de streektaal van belang is dan is dat een goed signaal. Daarbij denk ik in de eerste plaats aan het convenant. Maar ook kunnen overheidsvertegenwoordigers toespraken houden in de streektaal. Sommige gemeenteraden houden soms debatten waarbij de streektaal gesproken wordt al dan niet in combinatie met het Nederlands. Ook hier geldt dat afdwingen en voorschrijven niet de goede weg is. Dat roept alleen maar weerstand op. Het is zoeken naar passende mogelijkheden.


Om deze opgave kracht bij te zetten zijn onze streektaalinstellingen van cruciaal belang. Zij ondersteunen veel culturele activiteiten, zijn actief in media, leggen verbindingen met het onderwijs en het openbaar bestuur en nog veel meer. Zij kunnen zich daarbij gesteund weten door al die inwoners van ons gebied die houden van hun taal, een taal die hen na aan het hart ligt en dierbaar is. Dat verlangen om streektalen in ere te houden krijgt steeds meer maatschappelijke en politieke steun.


6 Slot
Ik kom tot een afronding. De waarde van de erkenning van regionale talen met een convenant is dat de Rijksoverheid uitspreekt dat die talen maatschappelijke waarde hebben, het volwaardige talen zijn naast andere talen en dat het deel uitmaakt van het taalsysteem in Nederland. Dit betekent dat de regionale taal zeer goed naast het Nederlands gebruikt kan worden. Meertaligheid vergroot de taalsensitiviteit, waardoor het leren van het Nederlands en andere talen bevorderd wordt. Van groot belang is dat door de erkenning de status en het imago versterkt worden, waardoor regionale talen meer waardering krijgen. En er niet meer op neergekeken wordt. Daardoor zal de streektaal meer in het openbaar in woord en geschrift gebruikt worden. Ouders zullen de taal eerder doorgeven aan hun kinderen. Jongeren zullen de taal vaker gebruiken. Dat draagt er aan bij dat de streektalen behouden blijven. Dank u wel.

Misser Taalunie: Nedersaksisch en Limburgs genegeerd

Onlangs verscheen de rapportage van een recent Taalunie-onderzoek naar de Staat van het Nederlands. Het staat er goed voor, het Nederlands hoort met 24 miljoen sprekers ‘bij de 40 grootste talen ter wereld’ – zij het als 40ste. Leuk om te weten. Maar er ontstond irritatie over het doodzwijgen van het Limburgs in het rapport. Respondenten zijn tot het Nederlands gerekend als zij ‘dialect’ spreken. Tot het laatste rekent de Taalunie kennelijk ook het Limburgs en noemt die taal niet, zeker niet als officieel erkende taal. Dat is in lijn met oude reflexen - de Taalunie wilde eerder al het Limburgs niet erkend zien.

Ook in het noorden en oosten van Nederland is er ongenoegen, want de Taalunie heeft het evenmin over het Nedersaksisch. Maar wij doen dat wel en willen net als de Limburgers ook onze taal expliciet in het onderzoek betrokken zien. Wij steunen de Limburgers in hun protest op http://www.petitie24.nl/petitie/1013/wij-spreken-limburgs.

Inmiddels kwam de Taalunie met sussende woorden: men wil praten met een selectie van verontruste personen die voor het Limburgs in de bres gesprongen zijn. Citaat: ‘De Taalunie vindt aandacht voor taalvariatie binnen Nederland en Vlaanderen van groot belang en wil deskundigen daar uiteraard bij betrekken.’

Dat belooft wat, zou je denken, maar dit is het punt natuurlijk niet. De Taalunie heeft iets recht te zetten. Ze moet het Nedersaksisch en Limburgs expliciet betrekken in het onderzoek.

Het Europees Handvest van de Raad van Europa erkent immers het Limburgs en het Nedersaksisch als regionale talen en de Nederlandse overheid heeft dat handvest geratificeerd.

 

Hans Gerritsen & Henk Bloemhoff, voorzitter resp. secretaris van SONT (Streektaalorganisaties

Nedersaksisch Taalgebied)

Goffe Jensma, Hoogleraar Friese Taal en Cultuur/Hoofd van het Bureau Groninger Taal en Cultuur

Froukje de Jong-Krap, voorzitter Europeesk Buro foar Lytse Talen

Over het Nedersaksisch in ‘Trouw’ van 29-12-2016 (‘De Verdieping’): wat is onjuist en hoe zit het wél?

'Trouw' citeerde onlangs de scheidend directeur van het Meertens Instituut. De tekst bevat enkele onjuistheden met betrekking tot SONT. Dit is onze reactie:

-          SONT heeft niet voor erkenning in Brussel gestreden

-          'De aanvraag' daartoe werd in 2016 niet afgewezen. Er is in dat jaar ook niet een

         aanvraag ingediend.

-          Een ‘erkenning in Brussel als minderheidstaal’ werd en wordt door SONT niet nagestreefd, ook niet al eerder. Dat is omdat SONT de bestaande status 'Nedersaksisch = regionale taal' correct vindt.

Zo zit het wél:

In 1998 werd het Europees handvest voor regionale talen en talen van minderheden in werking gesteld. Dat gebeurde door de Raad van Europa, gezeteld in Straatsburg. Het Nedersaksisch is één van de erkende regionale talen in het kader van dat handvest, en wel op basis van deel II. De toepassing van deel III van het handvest, dat een reeks minimale verplichtingen beschrijft, bleek ook mogelijk. Dat is aangetoond in onder meer het rapport ‘Nedersaksisch waar het kan’, samengesteld door de juridische en bestuurskundige experts dr. M. Herweijer en prof. dr. J.H. Jans (Rijksuniversiteit Groningen, 2009).

Op basis van dat rapport dienden de regionale overheden, i.c. de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland en de Zuidoost-Friese gemeenten Oost- en West-Stellingwerf, een verzoek in bij de Rijksoverheid om ook deel III van het handvest toe te passen (2010). Dat verzoek werd echter in 2012 afgewezen door minister Liesbeth Spies. Daarna kwam overleg op gang tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de regionale overheden en SONT om als alternatief tot een nationale erkenning van het Nedersaksisch te komen. Deze erkenning zal tot uitdrukking worden gebracht in de vorm van een convenant.

De ni’jste rapportage / evaluaosie van et Committee of Experts van de Raod van Europa

Nedersaksisch: evaluaosie / rapportage deur et Committee of Experts, mit naost zorgpunten ok lochtpunten: konvenant op kommenwegen en in de twiede helte 2017 een symposium over taelbeleid veur de regionaole en minderhiedstaelen

De ni’jste rapportage / evaluaosie van et Committee of Experts van de Raod van Europa is op 14 december jl. publiceerd op de webstee van de Raod van Europa en is wisse een degelik, uutvoerig en genuanceerd stok wodden. Et Kommetee schrift dat ze niet alle positieve punten numen zullen over et taelbeleid veur de regionaole taelen en minderhiedstaelen, mar wel de punten van zorg angeven zullen. Een goed ding is dat as Appendix II de reaktie van oonze Rieksoverhied opneumen is, in de persoon van de minister van Binnenlaanse Zaeken (zommer 2016).

Read more...

Toespraken Sont bestuursleden op conferentie over Nedersaksisch 28-09-2016

Toespraoken SONT-bestuursleden op de konfereensie Nedersaksisch / Nedderdüütsch: the sleeping giant, 28 september 2016, Europees Parlement, initiatief Annie Schreijer & Jens Gieseke.
Klik hier

Read more...

Heurzitting van de commissie Cultuur van de provincie Gelderland

Op 8 juni jl. was de heurzitting van de commissie Cultuur van de provincie Gelderland. Bewonners en organisaties konden inspraeken aover het concept Beleidsprogramma Cultuur en Erfgoed van de provincie veur de jaoren 2017-2019. Umdat het woord regionale taal of streektaal neet veurkwam in dit concept was der alle raeden umme in te spraeken.

Read more...

Raad van Europa

Raad van Europa adviseert de Nederlandse regering, in het kader van de 4e periodieke rapportage over het Nedersaksisch (juni 2012):

Nedersaksisch als gewoon vak op school en structureel overleg tussen de rijksoverheid, de regionale overheden en sprekers over het taalbeleid Nedersaksisch

Read more...